Avondmaal

Onlangs raakten we in gesprek met iemand uit de zgn. 'vergadering van gelovigen'. Hij nodigde ons uit voor een zondagochtenddienst. We waren van harte welkom. Wel vroeg hij om het even vooraf kenbaar te maken, het was nl. de gewoonte om met nieuwkomers eerst een gesprekje te hebben. Men wilde zeker weten dat men te maken had met ware gelovigen, anders zou het lichaam verontreinigd kunnen worden door deel te nemen aan het avondmaal(!). We bedankten voor de uitnodiging, maar toch maar niet.
Toen we een week daarna in de RAI rondliepen en we met iemand in gesprek raakten die ook van de 'vergadering' kwam, kwam het onderwerp weer ter sprake. Deze meneer deed er nog een schepje bovenop. Hij was van mening dat je zelfs niet zomaar iedere gelovige kon toelaten tot het avondmaal. Ik vroeg op grond van welke bijbeltekst men dit dacht. Dat wist hij niet precies. Nadat hij begon voorbeelden van dergelijke 'zondige' gelovigen te noemen en ik met hem in discussie raakte, sprak Dick ineens de wijze woorden: 'Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle'. Daar was alles mee gezegd en wij lieten een sprakeloze man achter.
1 Kor. 11:27-29 Hier wordt gesproken van brood en wijn. Brood en wijn werd door Jezus uitgedeeld ná de maaltijd, d.w.z. ná het eten van het paaslam, na de dood, Zijn dood. Brood en wijn slaan op het nieuwe leven, de dood voorbij, van gemeenschap met Christus en de leden van Zijn lichaam. Jezus deelt hier brood uit als beeld van Zijn lichaam waar wij allen deel aan hebben. "Want één brood is het, zo zijn wij allen één lichaam, dewijl wij Zijn brood deelachtig zijn geworden" 1 Kor.10:17. Hetzelfde geldt voor de wijn. Wij hebben deel gekregen aan Zijn bloed van het nieuwe verbond, als beeld van Zijn leven. "Want het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden" 1 Joh.1:7.
"Wie onwaardiglijk eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam" 1 Kor.11:29.
Op grond van deze tekst worden mensen geweigerd deel te nemen aan brood en wijn, men zegt dus in wezen dat diegene geen gemeenschap heeft met het lichaam en het bloed van Christus.
Maar als je deze tekst goed leest staat er: men onderscheidt het lichaam van (de opgestane) Christus niet. Kent de betekenis van brood en wijn niet. Paulus onderwijst de Korintiërs daarom 2 brieven lang in de betekenis van de opstanding van Christus, zodat zij wel waardiglijk zouden eten en drinken en wel weten wat de betekenis ervan is.
Heeft dus niets te maken met wel of niet mogen deelnemen vanwege een of andere zonde in je leven. Dan zou niemand mogen deelnemen. Als brood en wijn een beeld is van het nieuwe verbond, waarom dan iemand weigeren op grond van de wet, van het oude verbond?

Wij leven onder een nieuw verbond, het oude heeft afgedaan.
"Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden" 2 Kor.5:17.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen